Woerden - Weeskamer 6 index (1653-1671)

De scans van de weeskamer van Woerden zijn te vinden op FamilySearch. In deze inventarisnummers bevindt zich aan het begin een index.


Hoe Aeltien Ariens van den Bochs hare 2 kinderen geprocreeert bij Jan Jansz Plompert haere vaderlijcke erffenisse bewesen heeft, siet fol. 23r. 
Hoe Aechien Jans schuldich bekent het weeskint van za. Claes Luijten vandaen, fol. 36 verso. 
Hoe Annichien Tomas d’heeckelster is verticht met haer jongst overleden man Jacob Claesz zars. voorsoone met name Franck Claesz geprocreeert aen oock za. Merrichien Hendrix Prins folio 49. 
Hoe Anna Samsomsdr in qlte. als fidei commise. erffgm. van Annetien Aelbertsdr van Wieringen eenige penn. onder cautie heeft gelicht, siet fol. 58. 
Hoe Arien Stuaart ende Pieter Stansz Craeijenbosch de weesmrs. van onbekende penn. schuldich bekennen fol. 61. 
Hoe joffr. Anna Crassenrode schuldich wort bekent fol. 62. 
Hoe Annichie Jacobs Honthorst schuldich wort bekent fol. 74. 
Hoe Annietie Cornelis van Scrieck hare twee weeskinderen haer vaderl. erffenisse heeft bewesen fol. 75. 
Hoe Annichie Pieters haer dochtertien haer vaderl. erffenisse bewijst fol. 78. 
Hoe dat ter weeskindren eenige penn. ten behoeve van den weeskindren van Aert Jansz Cant ende Gerrichie Willems sijn gebracht fol. 91. 
Hoe Aelbert Glimmer schuldich bekent, aen den kindren van Hendrick Cornelisz Brugge fol. 110. 
Hoe de weeskindren van za. Aeltien Buijsers schuldich worden bekent fol. 113. 
Hoe Arien Stuart ende Pieter Stanz Craijenbosch eenige penn. hebben opgenomen ten behoeve van Joris Schod [Joris Jansz Schot] fol. 61. 
Hoe Annichie Jans, genaemt anders Annichie Boeretrijn, haer vier kinderen hun vaderl. erffenisse bewijst, fol. 116v. 
Hoe Albert van Lier sijn weeskint hun moederl. erffenisse bewijst fol. 117. 
Hoe Antonij Impens sijne vier kinderen haer moederl. erffenisse bewijt fo. 160. 
Hoe Annichjen Lamberts haer dochter bewijs doet fo. 162. 
Hoe Aeltjen Gerrits Verlaen haer weeskints goederen alhier ter weescamer heeft laten aentekenen folio 165. 
Hoe Aeffjen Luijten wede. van Willem Baltensz d’kinderen van Jacob Aelbertsz van Briemen schuldich bekent folio 170. 
Hoe de weeskinderen van Aechjen Jans Camerick schuldich werden bekent fo. 183. 
Hoe de weeskinderen van Aechien Jans Camerick geprocreert bij d’hr. Tobias Mosch schuldich werden bekent fol. 188. 
Hoe Alexander Tuljuer sijne 5 kinderen geprocreert bij Maria Karels haer moederl. goet bewijst fol. 209. 
Hoe Aert Jansz Reijneveltshorn schuldigh bekent aen Jan Vichtersz weeskint van Vichter Jansz fol. 236. 
Hoe Aeltgen Reijerts, eerst weduwe van Jan Huijbertsz Waddinckxveen en laest van Isbrant Kornelisz, haer vier kinderen bewijst fol. 237. 
Hoe Arentgen Jans van Rijnevelt schuldigh wert bekent van Dirck Evertsen van der Horst staet geregistreert fol. 239. 
Hoe Aeltgen Dirckx Vermij schuldigh wort bekent bij Cornelis Dircksz Joffer, ende Marritge Willems 246. 
Hoe Aert Jansz Reijneveltshorn Jan Vichtersz schuldigh bekent fol. 236. 
 

Hoe Beatricxs Meertens haer e. kints vaderlijcke portie erffdeels heeft beweesen fol. 4. 
Hoe dat Beatricx Maertens van Nes haer tweede weeskint geprocreeert bij Jacob Willemsz Verweij sijn vaderl. erffenisse bewijst fol. 85. 
Hoe Beatrix Aarts haer soon ende swager heeft uijtgecocht fol. 126. 
Hoe Berber Jans Smetser schuldich fol. 131. 
Hoe Beatris Jansdr Camerick schuldich bekent de kinderen van Geertgen Willems gelijck te sien fo. 156. 
Hoe Barbara Sijmons Velthuijsen haer soon Jan IJsaacken sijn vaderl. erffenisse bewijst fo. 157. 
Hoe Beatris Jans Camerick haere kinderen versekeert fo. 187. 
Hoe de kinderen van za. Bartolomeus de Reus schuldigh worden bekent folio 214. 
Hoe het weeskint van Balten Cornelisz Driehuijs schuldich bekent wort folio 221. 
Hoe Barent Twilt de weeskinderen van Claes Jacobsz Verboogh wonende tot Leijden schuldigh bekent 248. 
 

Hoe Claes Willemsz Ramp op Brevelt sijne ses weeskinderen verweckt aen Lijsbet Thijsz Ruijs haers moeders erffenis bij uijtcoop heeft bewesen fol. 1. 
Hoe Gerrit Claesz van Hoorende schuldigh bekent Meijntsgen Stevens fol. 5. 
Hoe Cornelis Matijsse Stichter schuldich wort bekent fol. 18. 
Hoe dat de heeren weesmrn. het weeskint van Claes Luijten sijn erffenis van sijn oom Jan Luijten sa. hebben ontfangen ende gedaen registreren fol. 36. 
Hoe het weeskint van Cornelis Woutersz van Waerder schuldich wort bekent fol. 40. 
Hoe Cornelis Crijnen Cool voor de lichtinge van sekere erffenisse bij Merrichien Gijsberts za. op sijn kinderen gemaeckt tot decersie van den testamentare voochden sijn huijs verbonden heeft fol. 42. 
Hoe Cornelis Teunisz woonende tot Danswijck bekent van sijn vaders bewijs als anders bekent voldaen te sijn fol. 71. 
Hoe Cornelis Huijbertsz de Seeu sijn soon met name Huijbert Cornelisz sijn moeders erffenisse bewijst fol. 77. 
Hoe Daniel Hermensz van der Horst pannebacker de weeskinderen van Cornelis Lambertsz Cool schuldich bekent fol. 81. 
Hoe Cornelis Coenen Kerckoven sijn drie weeskinderen haer moeders erffenisse bewijst fol. 90. 
Hoe Cornelis Jansz Plompert sijne drie weeskinderen haer moederl. erffenisse bewijst fol. 102. 
Hoe Cornelis Huijbertsz de Zeeu de kinderen van Hans Spingelaer ende Fijchien illems schuldich bekent fol. 121. 
Hoe Claes Cornelisz Stemeter de weeskinderen van Hendrick Cornelisz Brugge schuldich bekent fol. 123. 
Hoe Cornelis Jacobsz Cocq schuldich bekent aent weeskint van Claes Luijten vandaen fol. 37. 
Hoe Cornelis Jansz Baers sijne vier weeskinderen hun moederl. erffenisse bewijst fol. 125. 
Hoe Cornelis Pietersz Ruijten het weeskint van Jacob illemsz Verweij schuldigh bekent fol. 85 verso. 
Hoe ‘t weeskint van Cornelis Claesz van Pant schuldich wert bekent folio 64. 
Hoe Beatrix Aerts haer soon ende swager t’vaders erffenisse bewijst, mitsgrs. dat Cornelis Reijersz van Medendorp eenige penn. aen Jan Aertsz Robijn schuldich bekent f. 126. 
Dit mede te sien op de letter B. 
Hoe Cornelis Reijersz van Medendorp sijne drie kinderen hun moederl. erffenisse beijst folio 126 verso. 
Hoe Cornelis Jansz Swert schuldich bekent fol. 118. 
Hoe Cors Willemsz van Creef wannemr. de weeskinderen van Willem Mathijsz Gardenier schuldich bekent fol. 107. 
Hoe Cors voorsz. schuldich bekent de weeskinderen van Elbert Jan Bruijnen fo. 115. 
Hoe Claes Jochumsz van Utrecht de weeskinderen van Marten Bersingen schuldich bekent fo. 145. 
Hoe Cornelis Cornelisz van der Voorn sijne ses kinderen haer moederl. erffenis bewijst fo. 178. 
Hoe Cornelia Backers woonende in den Hooch is getransp. een brieff van 100 gl. fol. 128. 
Hoe de weeskinderen van Claes Huijgen Outhuijsen schuldigh werden bekent folio 202. 
Hoe Catharina van Hommen haer vier kinderen bewijst geprocreert bij Willem Willemsen Ommen in sijn leven schoolmr. tot Camerick folio 191. 
Hoe Cornelis Cornelisz Gansevanger de weeskinderen van Catarijna van Ommen schuldigh bekent folio 206. 
Hoe dat de kinderen van Cornelis Luijten van Daen schuldigh werden bekent folio 232. 
Hoe Conraet Coenraetsz van Greven schuldich wort bekent folio 230 en 231. 
Hoe juffw. Cornelia van Sevenhoven schuldigh wert bekent folio 235. 
Hoe de weeskinderen van Cornelis Jansz Baers schuldich worden bekent folio 243. 
Hoe Cornelia Jacobs Schinckel haar minderjarigh kint Gerritge Tonus Essenboom bewijst 244 verso. 


Hoe Dirck Jansz van Reijnes schuldich bekent het weeskint van Matijs Cornelisz Stichter folio 18. 
Hoe de weeskindren van Dirck Jacobsz d’Horn schult worden bekent fol. 32. 
Hoe Daniel Bensingh sijn kint Dirckge Danielsdr haer moedel. besterffenis heeft beesen fol. 50 
Hoe Daniel Isaacksz de weeskinderen van Jan Jansz Plompert schuldich bekent fol. 28. 
Hoe Dirck Jansz van Renes schuldich bekent de weeskinderen van Anna Jans fol. 116. 
Hoe Dirck Pietersz scheepmr. sijn huijsvre. zoon Gijsbert Cornelisz Vossenschans schuldich bekent fo. 137. 
Hoe Dirck Jansz Renes op Hooch Geestdorp schuldich bekent de drie jongste weeskinderen van Claes Willemsz Ramp fo. 148. 
Hoe Daniel Jansz Leufrum op Honthorst schuldich bekent t’weeskint van Merrichjen Crijnen Keijser fo. 133. 
Hoe de weeskinderen van za. Dirck int Hoosvat schuldich worden bekent fo. 87 verso en voorts folio 163. 
Hoe Pieter Egbertsz Honthorst de onmondige kinderen van Dirck int Hoosvat schuldich bekent fol. 185. 
Hoe Dirck Dircksen van de Ham sijn twee kinderen bewijst met namen Dirck ende Cors folio 198. 
Hoe Dievertgen Pieters van der Hooft hare 3 kinderen geprocreet bij Cornelis C. van Tellingen bewijst fol. 207. 
Hoe de weeskinderen van Dirck Gerritsz Ruijsch met namen Gerrit ende Trijntje schuldigh ort bekent fol. 211. 
Hoe de weeskinderen van Dirck Coosz Rietvelt haer vaderlijck goet wort bewesen fol. 226. 
Hoe Dirck Jansz Swanekens weeskints goederen ter weeskamer sijn geregistreert fol. 216. 
Hoe dat Dirck Eersten van Roijen schuldich bekent zijn soon Ernestus van Roijen sijn moeders erffenis ende eenige geleende penningen fol. 234. 
 

Hoe Eechge Stevens Bondser hare twee weeskindren geproccreeert bij Hendrick Gerritsz Croon haer vaderlijcke portie heeft bewesen staende folio 3. 
Hoe Evert Pietersz sijn e. soon hun moederlijcke portie erffdeel heeft bewesen folio 11. 
Hoe t’weeskint van Elbert Jan Bruijnen schuldich wort bekent fol. 115. 
Hoe Evert Rutten t’weeskindt van Marichgen Crijnen schuldich bekent fo. 133. 
  

Hoe dat Frans Jansz Cuijper sijn e. respe. kindren geprocreeert aen oock za. Lijsbet Joosten haer moeders portie goet heeft bewesen folio 8. 
Hoe Floris de Ruijter schuldich wort bekent fol. 77 verso. 
Hoe dat alhier ter weescamer seeckere fideicommissaire penn. ten behoeve van den kinderen van Fijchien Willems sijn gefurneert fol. 121. 
Hoe Foph Gerritsz Edehuijs de weeskinderen van za. Willem Claesz Outhuijs schuldich bekent fol. 128. 
Hoe Frederickie Pieters haer kint genaemt Pietertie Willems haer vaderl. erffenisse bewijst fol. 132. 
Hoe Frans Martensz Pietersom schuldich bekent Jan Faesz weesk. fo. 143. 
Hoe Floris de Ruijter schuldich bekent de weesk. van Gerrit Laurisz van Leeuwen siet fo. 149. 
Hoe eenige penn. ten behoeve van ‘t weeskint van Fijchjen Willems Woutman alhier ter weescamer berusten fol. 177. 
Hoe Frerick Jansz Bogaert schuldich wort bekent folio 222. 
Hoe Fredrick Aertsz Kuijff sijne minderjarighe kinderen bewijst fol. 238. 
 

Hoe Gerrit Claesz van Hoorende schuldich bekent het weeskint van Steven Teunisz fol. 5. 
Hoe Gerrit Hendricksz Winckelman ende Aechien Gerrits Bonser schuldich bekent het weeskint van Claes Luijten vandaen fol. 36. 
Hoe Grietgen Adams van der Mijl haer kinderen haer vaderlijck bewijst bewesen heeft, fol. 63. 
Hoe Gerrit Reijersz Rossum sijn weeskint sijn moederl. erffenisse heeft bewesen folio 80. 
Hoe Gerrit Willems weeskinderen schuldich worden bekent van Huijch Bosch, fol. 87. 
Hoe de weeskinderen van Geertien Jans Meijnevelt schuldich worden bekent fol. 120. 
Hoe Geertie Jacobs Oostrum schuldich bekent folio 38. 
Hoe Gijsbert Luijten timmerman cum sociis schuldich bekennen Marichgen Jans Poort fo. 139. 
Hoe de weeskinderen van za. Gerrit Lourisse van Leeuwen schuldich worden bekent fo. 151 verso. 
Hoe de voorsz. weeskinderen van den voorsz. Gerrit Lourisse van Leeuwen noch schuldich worden bekent fo. 158. 
Hoe de weeskinderen van za. Gerrit Lourisse van Leeuwen schuldich worden bekent fo. 167 verso. 
Hoe Gijsbert Jansse van der Ent schuldich bekent t’weesk. van Merrichje Crijnen f. 169. 
Hoe Gijsbert Cornelisz Vosseschans van sijn moeder schuldich wort bekent fo. 172. 
Hoe ten behoeve vant weeskint van Gerrit Jansz Boer ende Annichje Hendricx eenige penn. alhier sijn gefurneert fo. 173. 
Hoe Gerrit Gijsen Ruijs schuldich bekent de kinderen van Aert Jansse Cant fo. 180. 
Hoe Gerrit Meijnevelt transport wort gedaen van drie schultbrieven siet folio 129 verso. 
Hoe t’weeskint van Gideon Backers met namen Cornelia Backers schuldich wert bekent folio 128 breeder vervolcht fo. 210. 
Hoe Gijsbertje Claes van Oosten hare twee minderjarige kinderen geprocreert bij Dirck Farret zar. haer vaderl. goet beijst fol. 212. 
Hoe de kinderen van Gerrit Fransen van Abcoude met namen Frans Gerritsz ende Haesgen Gerrits van Abcoude fol. 203. 
Hoe Govert Gerritsz Verhoeff sijne twee kinderen geprocreert bijLijsbet Meessen Ruijsch haer moederl. goet bewijst fol. 219. 
Hoe Gerrit Gerritsz Keijser sijne vier kinderen geprocreert bij Aechie Gerrits Fortuijn haer moederl. goet bewijst folio 224. 
Hoe Govert Paulusz Verpompen schuldich bekent het t’weeskint van Koenraet Koenraetsz van Greven folio 230. 
Hoe Willem Claessen Hollandt het weeskint van Geerloff Lievensen met namen Lieven Geerlofsen schuldigh wert bekent fol. 241. 
Hoe Claes Sager het weeskint van Gerrit Cornelissen Driehuijs schuldigh bekent folio 249. 
Hoe Geertjen Jans van Leeuwen Jan Vightersz schuldigh bekent fol. 159 verso. 
 

Hoe de weeskinderen van Hendrick Cornelisz Brugge ende Grietien Maertens schuldich orden bekent, fol. 68. 
Hoe Hillichien Luijten van Daen hare weeskinderen vaders erffenisse heeft bewesen fol. 72. 
Hoe Huijch Hendricksz Bosch woonende op Geestdorp sijne respe. weeskindren geprocreeert aen za. Merrichien Goossens eenige penn. schuldich bekent, d’welcke d’versz. weeskindren aengecomen van hare out moeije Merrichie Gijsz fol. 86. 
Hoe den selven Huijch Bosch de weeskindren van Geertien Willems mede eenige penn. haer insgelijcx aengecomen van haer out moeije Merrichie Gijsz schuldich bekent fol. 87. 
Hoe noch den voorn. Huijch Bosch sijn weeskindren haer moederl. erffenisse bewijst, fol. 88. 
Hoe Hendrick Snel sijne vijff weeskinderen haer moederl. erffenisse bewijst fol. 94. 
Hoe Huijch Claesz Outhuijsen sijne vier dochters schuldich bekent f. 129. 
Hoe Hendrick Cornelisz Haan sijne vier weeskinderen haer moederl. goederen bewijst fo. 150. 
Hoe Hermen Govertsz schuld bekent de kinderen van Gerrit Lourisse van Leeuen folio 158 verso. 
Hoe Hendrick Barentsen van Staven bekent schuldigh te wesen sijne vier kinderen van haer moeders erffenisse bewijst fol. 217. 
Hoe Hillighien Cornelis Swanenburgh haer minderjarigh dochtertjen met namen Angnis Impens verweckt bij Anthonis Impens haer vaderl. erffenisse bewijst f. 229. 
Hoe Hendrick Swanenburgh schuldigh bekent de somme van vier hondert twintigh gul. sijnde onbekende penningen affgelost bij de erffgenamen van Dirck Stoffelsz Glimmer 245. 
Hoe Harman Grauwert sijne twee voorkinderen haar moederlijck erf bewijst 241 verso. 
Hoe de weeskinderen van Heijndrick Cornelisz Brugge en Grietgen Maartens schuldigh wort bekent bij Jan Pleunen Verhoeff fol. 111 verso. 
 

Hoe Jan Jansz t’Wissel sijne twee weeskinderen heeft uijtgecoft folio 6. 
Hoe Jannichje Gerrit haer 2 kinderen haer vaderl. erffenisse heeft bewesen welcke kindren sijn geprocreeert aen oock za. Claes Outhuijsen folio 9. 
Hoe Jacob Cornelisz Damman sijn twee kinderen heeft uijtgecoft fol. 24. 
Hoe Jacob Hendricxsz Camerick sijn twee kindren haer moederl. portie erffenis heeft bewesen fol. 25. 
Hoe de kindren van mr. Jan pestmr. schuldigh sijn bekent van Jacob ende Marichie Jans Rasch fol. 29. 
Hoe Jannichien Cornelis den Haen wede. van za. Jan Elbertz haer kint genaemt Aeltien Jansdr haer vaderl. erffenisse bewijst, siet fol. 39. 
Hoe de goederen van Jacob Joosten weeskint ter weescamer schuldich wort bekent fol. 35 verso. 
Hoe Jan Willemsz Loos soone van Willem Jansz Loos schuldich wort bekent fol. 45. 
Hoe Jan Oolijffsz schuldigh wort bekent van Hendrick Cornelisz Haen fol. 54. 
Hoe Jan Claesz Santweghs weeskint van sijn vaderl. erffenisse is uijtgecocht fol. 55. 
Hoe Jan Dircxsz weeskint van Dirck Pietersz scheepmaker schuldigh wert bekent fol. 56. 
Hoe Jan Aertsz van Leen ende Grietgen Jans Koning de drie weeskinderen van Willem Matijsz Gardenier schuldich bekennen fol. 57. 
Hoe den selven noch schuldich bekennen aen den regenten deser stede weescamer fol. 31 verso. 
Hoe Jan Corsz Rietvelt sijne drie weeskinderen haer moederlijcke erffenisse bewijst fol. 60. 
Hoe Jan Cornelisz van der Pant schuldich wort bekent fol. 64. 
Hoe de weeskindren van Jacob Meeusz Ruijsch schuldich worden bekent fol. 73. 
Hoe de goederen van Jan Pietersz Poocks weeskinderen sijn vegestigt zijn fol. 30. 
Hoe Jannichie Hendricx Embouts haer drie weeskindren haer vaderlijcke erffenisse heeft bewesen fol. 82. 
Hoe Jacob Willemsz Verweijs weeskint schuldigh wort bekent door Cornelis Pietersz Ruijten, fol. 85 verso. 
Hoe de weeskindren van Jan Cornelisz Thoen schuldich worden bekent fol. 83. 
Hoe Jan Lambertsz Heijst sijn kint s’moeders erffenisse bewijst fol. 101. 
Hoe dat eenige penn. alhier ter weescamer voor Jan Pietersz van Osch sijn gefurneert fol. 104. 
Hoe Jan Jacobsz de Rijck de kindren van Hendrick Cornelisz Brugge ende Grietien Maertens schuldich bekent fol. 110 verso. 
Hoe Jan Jansz wielmr. clockestelder schuldich bekent de kinderen van Jan Pietersz Poock fol. 30 verso. 
Hoe Jacob Willemsz Snel de weeskindren van Hendrick Cornelisz Brugge schuldich bekent fol. 123. 
Jan Pleunen Verhoeff d’weeskinderen van Huijch Hendricksz Bos schuldich bekent fol. 97 verso. 
Hoe Jan van Ceulen schuldich bekent fol. 118 verso. 
Hoe Jan Jansz de Wit sijn soontie Jan Jansz de Wit sijn vaderlijcke erffenisse bewijst, fol. 134. 
Hoe Jan Teunisz van Eelde sijn weeskint schuldich bekent, fol. 136 
Hoe Jan Martensz van Bersingen schuldich bekent de weeskinderen van Marten Bersingen f. 106. 
Hoe Jochim Jansz van der Veen sijne vijf kinderen haer moederl. goederen bewijst, siet fo. 138. 
Hoe Jan Bouwensz Stam schuldich bekent f. 124. 
Hoe Jan Bouwensz Stam schuldich bekent fo. 10 
Hoe Jan Bouwensz Stam noch schuldich bekent f. 61. 
Hoe Jacob Claesz Houwelingh sijn twee kinderen haer moederl. goederen bewijst aen sijn tweede overleden huijsvre. verwect f. 141. 
Hoe Jan Corsz Brumelhoff schuldich bekent de drie weeskinderen van Claes Willemsz Ramp fo. 130. 
Hoe Jan Pietersz van Benthum de weeskinderen van Marten van Bersingen schuldich bekent fo. 144. 
Hoe Jan Corsz Rietvelt sijne twee kinderen geprocreert bij Maria van Soestbergen haer moederl. erffenis bewijst fo. 153. 
Hoe Hendrick van Swaechstede het weeskint van Jacob Ortmans schuldich wort bekent fol. 154. 
Hoe t’weeskint van Jan Elbertsz Spruijt schuldich wort bekent bij Dirck Claesz van Schiedam folio 155. 
Hoe de goederen van ‘t weeskint van Jan Heijndricxsz Seghvelt alhier ter weescamer sijn aengetekent folio 165. 
Hoe Jacob Albertsz van Briemen van sijner kinderen goederen heeft opgenomen 235 gl. fo. 170. 
Hoe Johannes Woerdanus over sijn gearreste. penn. van Aert Ploij schuldich wort bekent fo. 170 verso. 
Hoe t’weeskint van Jan Cornelisz de Clercq schuldich wort bekent folio 174. 
Hoe Jan Oostrum schuldich bekent t’weeskint van Gerrit Jansz Boer ende Annichje Hendricx fo. 173. 
Hoe Gillis Cornelisz panvormers kintskinderen alhier eenigen penn. sijn competerende fo. 176. 
Hoe Jan Corsz Breumelhoff de kinderen van Aert Jansz Cant schuldich bekent fo. 180 verso. 
Hoe Jacob Jacobsz van Trijst sijn kint heeft bewesen fol 190. 
Hoe Jan Hendricxsz Duijt sijn vier kinderen geprocreert bij Annichie Dircx bewijst fol. 196. 
Hoe t’weeskint van Jannichien Huijgen Outhuijsen schuldich worden bekent folio 124. 
Hoe Jan Jansz Smetser de jonge de kinderen van Jacob Aelbertsz van Briemen schuldich bekent fol. 171. 
Hoe Judit Luijten haer soon met namen Mathijs Vaeck geprocreert bij Cornelis Vaeck sijn vaderlijck goet bewijst folio 208. 
Hoe de vijff kinderen van Jacob Aelbertsz van Briemen geprocreert bij Bruijnichgen Hendricx seeckere obl. van ses hondert gul. haer uijt den boedel van Huijgh Jansz de Jongste int gemeen aengevallen hebben verdeelt folio 171 verso. 
Hoe Jan Cornelisz Bosschaert sijne twee kinderen geprocreert bij Matgen Jans van Nes haer moederl. goet bewijst fol. 227. 
Hoe Jannitgen Harmens haer soon met namen Coenraet Coenraetsz van Greven sijn vaderl. erffdeel bewijst folio 230. 
Hoe Jan Barentsz Rietvelt de weeskinderen van Maerten Bersingen schuldich bekent 146 verso. 
Hoe Joannes Wourdanus werdt schuldigh bekent aen de onbekende penningen 186. 
Hoe Jan [Jansz] Stellingh smidt sijne twee minderjarighe kinderen [verwekt bij Merrichgen Bouwens] schuldigh bekent 251. 
Hoe Jan Lambertsz Bruickhoff aan onbekende penn. schuldigh bekent 253. 
Hoe Jan Corsz Breumelhoff schuldigh bekent ‘t weeskint van Dirck Jansz Swaneken fol. 216. 
Hoe Jan Vightersz schuldigh wort bekent van Tomas, Trijntjen ende Jannitjen Pieters Cuijck fol. 159. 
Hoe Jan Vightersz schuldigh wort bekent bij Geertjen Jans van Leeuwen fol. 159 verso. 
Hoe Jan Vightersz schuldigh wort bekent bij Aert Jansz Reijneveltshorn fol. 236. 
Jan van Ceulen noch te behoeven van het weeskint van Jacobus Ortmans fo. 199. 
 

Hoe Lijsbet Jans wede. van Jan Jansz pestmeester haer e. drie kindren bewesen heeft folio 12. 
Hoe Lijsbet Chielen wede. van Claes Willemsz van der Hove haer vier kinderen bewijst fo. 142. 
 

Hoe Merrichge Jansdr van Geertge de Geeus schuldigh wort bekent van Jan Dircxsz Coningsvelt folio 7. 
Hoe Meijnskjen Jan haer soontjen schuldich bekent fol. 14r. 
Hoe Marichje Cornelis schuldigh wort bekent folio 17. 
Hoe de goederen van Merrichie Hendricxs Bosch sijn uijtgeseth fol. 43. 
Hoe Marrichie Crijnen Keijser haer kints vaderl. erffenisse heeft bewesen fol. 52. 
Hoe de goederen van Merrichien Hendricx van Iselsteijn alhier ter weesmrn. sijn gefurneert fol. 67. 
Hoe Merrichien Willems op Hoochbrevelt de kindren van Huijch Bos schuldich bekent fol. 97. 
Hoe Merrichie Willems Verhoeff hare twee weeskindren hun vaderl. erffenisse bewijst fol. 105. 
Hoe Merrichie Willems laest wede. van za. Hendrick Evertsz Nop met haer mans voorsoon genaemt Evert Nop is geaccordeert f. 108. 
Hoe de weeskinderen van Matijs Jorisz schuldich worden bekent fol. 114. 
Hoe Merrichie Cornelis wede. van za. Gijsbert Gerrit Aris van den Bos haer seven kinderen haer vaderlijcke erffenisse bewijst f. 135. 
Hoe Merrichie Egberts haer dochter Aechie Tonus bewijst fol. 197. 
Hoe Merrichie Poulus hare vier kinderen geprocreert bij Gerrit van Riet haer moederl. goet bewijst folio 223. 
Hoe Merritgen Willems wede. van Cornelis Willemsz Halm haere seven kinderen bewijst voor harer vaderl. bewijs fol. 225. 
Hoe Merrighjen Elberts, weduwe van Gijsbert Willemsz van Broeckhuijsen, haer soon ende dochter bewijst fol. 240. 
Hoe Metgen Gijsberts weduwe van Loeff Cornelisz haare drie minderjarige kinderen bewijst fol. 244. 
 

Hoe Nellichge Cornelis haer man za. voordr. met name Jannichje Claes van Dijck heeft schuldigh bekent folio 13. 
Hoe Neeltge Dircxs Baers hare 2 kindren [verwekt bij Hendrick Aertsz] vaderl. erffenisse heeft bewesen fol. 51. 
Hoe Neeltjen Willems [Stedehouder] haer twee soontjens geprocreeert bij Tonus Nijssen Douwer sa. haer vaderlijck erfportie heeft bewesen fol. 98r. 
Hoe t’weeskint van Neeltje Jans Bos schuld. wort bekent f. 181. 
Hoe de drie minderjarighe weeskinderen van Neeltgen Wollebrants [en Jan Flooren Loos] schuldigh wort bekent fol. 250. 
 

Hoe d’onbekende penn. sijn uijt geseth fol. 31. 
 

Hoe Philippina van der Geer weeskint van juffre. Aeltgen van Swieten geprocreert aen hr. weesmeester van der Geer schuldich wort bekent fol. 10. 
Hoe Pieter Sijmontsz in de Speckstraet schuldigh bekent Cornelis Mathijsz Stichter staende folio 18 verso. 
Hoe Pieter Jansz Boomgaert sijn e. soon Hendrick Pietersz Boomgaert hun moederl. erffenisse heeft bewesen folio 22. 
Hoe de weeskinderen van Pieter Jansz Poock schuldigh worden bekent fol. 30. 
Hoe de kindren van Pieter Thomasz van Kuijck schuldigh wort bekent fol. 34. 
Hoe de weeskinderen van Pieter Cornelisz Hackelaer ende Aeltien Gerrits haer onderhout off beijs wert bewesen fol. 59. 
Hoe Pietertien Pieters Stehouwer schuldich wort bekent fol. 79. 
Hoe Pieter Huijgen Haselaer sijne dochter Crijntie Pieters Haselaer schuldich bekent, fol. 99. 
Hoe Pieter Ariensz Verrijn sijne drie weeskinderen haer moederlijcke erffenisse ende besterffenisse bewijst fol. 100. 
Hoe Pieter Huijgen Outhuijsen kent schuldich te esen aen zijn broeders 2 weeskinderen fol. 9. 
Hoe Pieter Huijgen Outhuijsen kent schuldich te wesen aen sijn susters weeskint fol. 124. 
Hoe Pieter Dircksz Hertich aen Tonus Teunisz schuldich bekent fol. 122 verso. 
Hoe de weeskinderen van Pieter Huijbertsz van Hoochbrevelt schuldich worden bekent fo. 140. 
Hoe de 3 kinderen van Pieter Tomasz van Cuijck schuldich bekennen fo. 159. 
Noch bekennen deselve kinderen schuldich fo. 151. 
Hoe ter weescamer sijn gefurneert eenige penn. ten behoeve vant weeskint van Pieter Jansz Krijger fol. 194. 
Hoe de weeskinderen van Pieter Dammissen Blockhoven schuldich worden bekent folio 201. 
Pieter Ariensz van den Heuvel bekent schuldigh te wesen aen het weeskint van Jacobus Ortmans fol. 154. 
 

Hoe de weeskinderen van Reijer Cornelisz van Medendorp schuldich worden bekent fol. 65. 
Hoe de weeskinderen van Reijer Corsz Blockhoven schuldich worden bekent fol. 95. 
  

Hoe het weeskint van Steven Teunissen schuldich wort bekent folio 5. 
Hoe Sijmon Jansz Baers sijn dochtertien Osseltien Sijmons Baers sijn moederl. erffenisse heeft bewesen, fol. 76. 
Hoe Sijmon Pietersz van Schuijlenburch de weeskinderen van Huijch Hendricksz Bos schuldich bekent, fol. 88 verso. 
 

Hoe Tomas Pietersz van Casjant sijnen beijde kindren haerl. moeders portie erffenisse heeft beweesen folio 21. 
Hoe Trijntge Aelberts Ploeger schuldigh wort bekent fol. 47. 
Hoe Trijntie Sijmons Hammert haer soon sijn vaderl. erffenisse bewijst, fol. 84. 
Hoe Tomas van de Poel d’weeskindren van Dirck Jacobsz d’Horn schuldich bekent fol. 32 verso. 
Hoe Trijntie Ewits Verburch schuldich wort bekent fol. 119. 
Hoe Tomas Pietersz van Casant ende Aeltie Ariens echtel. de kinderen van Jan Jansz Plompert schuldich bekennen fol. 28 verso. 
Hoe Teunis Teunisz Croon schuldich bekent Jannichgen Jans van Eelde fo. 136. 
Hoe Trijn Otten van den Heldam haer dochter bewijst met name Leentje Sijmens die sij geprocreert heeft bij Sijmen Jansz Bom haers tweede man fol. 147. 
Hoe Tomas Pietersz [Cuijck] transporteert aen Lucas [Damisse] Dehoij 57-15-0 ft. fo. 34 verso. 
Hoe de weeskinderen van d. Tobias Mosch schuld. worden bekent fol. 183. 
Hoe deselve weeskinderen van ds. Mos Dirck op de Poel schuldich worden bekent fo. 183 en 183 verso. 
Hoe Teuntge Crijnen laest wede. van Claes Willemsz haer twee kindere met namen Crijn ende Stijntgen Claes bewijst fol. 189. 
Hoe Tomas, Trijntjen en Jannitjen Pieters Cuijck, Jan Vightersz schuldigh bekennen fol. 159. 
 

Hoe Vichter Jansz ter weescamer alhier te behoeve van sijn soon Jan Vichtersz heeft gefurneert de sa. van 50 gl. fo. 159. 
 

Hoe Willem Claesz int Hout met sijn vrouw schuldigh bekent Marichge Cornelis dr. van Cornelis Wesselsz Smith, folio 17 verso. 
Hoe Willem Jansz Loos sijn soon Jan Willemsz Loos moederl. portie erffenis heeft bewesen staende folio 19. 
Hoe Willem Claesz int Hout schuldigh bekent fol. 30 ende 31. 
Hoe Wouter Craeck nots. ende procur. sijn kints moederl. erffenisse heeft bewesen fol. 38. 
Hoe Willem Matijsz Gardenier sijne drie kinderen haer moederl. erffenisse heeft bewesen fol. 57. 
Hoe Wouwicxien Dircx Verheij schuldich wort bekent fol. 66. 
Hoe de weeskinderen van Willem Jan van Willem Jansz van Willenschup schuldich worden bekent fol. 89. 
Hoe de goederen vant weeskint van Willem Vercats alhier ter weescamer sijn bekent gemaeckt fol. 93. 
Hoe de weeskinderen van za. Willem Claesz Outhuijsen schuldich worden bekent, ende hare goederen ter weescamer sijn gebracht fol. 128. 
Hoe de weeskinderen van za. Gerrit Lourisse van Leeuwen schuldich worden bekent van den voochden van den weeskinderen van Reijer Cornelisz Blockhoven fo. 152. 
Hoe t’weeskint van Willem Matijsse Gaerdenier schuldich wort bekent fol. 181. 
Hoe de weeskinderen van Willem Willemsz van Omme haer vaderlijcke erffenis wort bewesen fol. 191.